|
|
|
|
|
|
Eigenwaarde,
lichaamstevredenheid en het schoonheidsideaal
Een onderzoek in het kader van de Ruby-campagne
ZORRA en The BodyShop
Sonja Spee & Dimitri Mortelmans
UIA – Centrum voor Vrouwenstudies
Universiteitsplein 1 – 2160 Wilrijk
Tel. 03/ 820.28.50 Fax 03/820.28.82
E-mail: zorra@ua.ac.be
http://women.uia.ac.be/zorra
In oktober 1997
is door The Body Shop, in Vlaanderen in samenwerking met ZORRA (Zien Opsporen
en Reageren op Rolpatronen in Advertenties, een meldpunt voor reacties in
verband met de representatie van mannen en vrouwen in reclame) de campagne
`Eigenwaarde en schoonheid' gestart, die zich ten doel stelt het
gangbare, eenzijdige, schoonheidsideaal ter discussie te stellen en het
zelfbeeld en gevoel van zelfrespect van mensen te bevorderen en te
ondersteunen. Eén van de voortreksters
van deze campagne in Vlaanderen was Prof. Dr. Magda Michielsens, die vanaf het
begin de link heeft gemaakt tussen de academische wereld (vanuit het Centrum
voor Vrouwenstudies) en vrouwenorganisaties (via ZORRA).
In het kader van deze
campagne is door het NISSO (Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch
Onderzoek) een enquête ontworpen (zie bijlage) die peilt naar de
zelfwaardering, lichaamstevredenheid, attitudes over het schoonheidsideaal en
de consumptie van media (tijdschriften en bepaalde televisieprogramma’s). Deze
vragenlijsten zijn in Vlaanderen en Wallonnië via de winkels van The BodyShop
en via vrouwenorganisaties verspreid en werden voor België door Dimitri
Mortelmans (UIA) en Sonja Spee (ZORRA, UIA) geanalyseerd.
In totaal hebben
313 vrouwen en 25 mannen deze
vragenlijst ingevuld. Dit verslag beperkt zich tot de bevindingen voor de
vrouwelijke respondenten.
De vrouwelijke
respondenten komen uit alle leeftijdsgroepen tussen 13 en 62 jaar (gemiddelde
leeftijd: 30 jaar oud) en opleidingsniveau’s (met wel een licht overwicht van HOBU/universiteit). Ook
de burgerlijke stand van de respondenten en hun inkomen is normaal verdeeld.
Ruim driekwart van de respondenten komt uit Vlaanderen. Een mogelijke
verklaring hiervoor is te vinden in het feit dat de Bodyshop (waar heel wat
vragenlijsten verspreid werden) slechts 2 winkels in Wallonië heeft en 16 in
Vlaanderen.
De meeste vrouwen
werken voltijds, besteden ruim 16, 5 uur per week aan het huishouden en houden
15 uur vrije tijd over.
Vrijwilligerswerk wordt niet vaak genoemd.
Het is moeilijk
om uitspraken te doen over de representativiteit van deze steekproef. Maar door
de verscheidenheid in bijvoorbeeld leeftijd en opleidingsniveau is het wel
mogelijk om vergelijkingen te maken. Zeker is dat de vrouwen die de vragenlijst
invulden en binnenbrachten of opstuurden gemotiveerd waren en geïnteresseerd in
het onderwerp van deze enquête.
|
Leeftijd |
N[1] |
(%) |
|
13-20 jaar |
67 |
21.4 |
|
21-30 jaar |
109 |
34.8 |
|
31-40 jaar |
79 |
25.2 |
|
41-62 jaar |
58 |
18.5 |
|
Opleiding |
N |
(%) |
|
Lagere school |
9 |
2.9 |
|
Lager secundair |
23 |
7.5 |
|
Hoger secundair |
90 |
29.4 |
|
HOBU |
101 |
33.0 |
|
Universiteit |
83 |
27.1 |
|
Burgerlijke staat |
N |
(%) |
|
Samenwonend/getrouwd |
145 |
47.9 |
|
Vaste partner |
62 |
20.5 |
|
Wisselende partners |
18 |
5.9 |
|
Alleenstaand/geen partner |
78 |
25.7 |
|
Inkomen
alleenstaanden |
N |
(%) |
|
|
< 20000 (BF/pm) |
44 |
27.2 |
|
|
20000-40000 (BF/pm) |
42 |
25.9 |
|
|
40000-60000 (BF/pm) |
59 |
36.4 |
|
|
>60000 (BF/pm) |
17 |
10.5 |
|
|
Inkomen samenwonenden |
N |
(%) |
|
< 40000 |
10 |
7.0 |
|
40000-60000 |
16 |
11.3 |
|
60000-80000 |
40 |
28.2 |
|
80000-120000 |
56 |
39.4 |
|
>120000 |
20 |
14.1 |
|
BMI[2] |
N |
(%) |
|
<20 (ondergewicht) |
84 |
27.2 |
|
20-25(normaal gewicht) |
161 |
52.1 |
|
25-30 (overgewicht) |
50 |
16.2 |
|
>30 (obesitas) |
14 |
4.5 |
|
Regio |
N |
(%) |
|
Vlaanderen |
241 |
77% |
|
Wallonnië |
77 |
23% |
Tabel 1 Socio-demografische gegevens
van de vrouwelijke respondenten
Voor 27
tijdschriften en tv-programma’s werd aan de respondenten gevraagd om aan te
geven in welke mate zij die lazen of bekeken. Deze televisieprogramma’s en
tijdschriften werden door ons ingedeeld in verschillende categorieën. Het
basisidee daarbij was de frequentie van lezen of kijken. Wanneer een
respondente een bepaald weekblad elke week koopt, kunnen we veronderstellen dat
zij een vaste lezeres is van dit blad. Hetzelfde geldt voor maandbladen en
televisieprogramma’s (waar één keer per maand als criterium werd gehanteerd).
De volgende tabel geeft een overzicht van deze vaste lezeressen en kijkers naar
de verschillende media die in de enquête bevraagd werden.
|
|
Specifiek medium |
% |
|
1. |
Humo |
33,2 |
|
2. |
Modeprogramma’s |
25,3 |
|
3. |
Knack |
18,7 |
|
4. |
Lichaamsverzorgingsprogramma’s |
18,3 |
|
5. |
Feeling |
17,0 |
|
6. |
Fit & gezond |
15,8 |
|
7. |
Flair |
12,9 |
|
8. |
Elga |
12,0 |
|
9. |
Libelle |
10,8 |
|
10. |
Erotische
programma’s |
9,5 |
|
11. |
Dag Allemaal |
9,1 |
|
12. |
Opzij |
6,6 |
|
13. |
De Nieuwe Panorama |
5,4 |
|
14. |
Cosmopolitan |
5,0 |
|
15. |
TV Story |
3,7 |
|
16. |
Onze Tijd |
3,7 |
|
17. |
Marie Claire |
2,9 |
|
18. |
Softpornofilms |
2,1 |
|
19. |
Elegance |
1,7 |
|
20. |
Beau Monde |
1,7 |
|
21. |
Esquire |
1,2 |
|
22. |
Nouveau |
1,2 |
|
23. |
Voetbal
Magazine |
0,8 |
|
24. |
Playboy |
0,8 |
|
25. |
Elle |
0,4 |
|
26. |
Penthouse |
0,0 |
|
27. |
Man |
0,0 |
Tabel 2
Percentage vrouwen dat op een vaste basis een bepaald magazine leest of
televisieprogramma bekijkt.
De meer algemene
tijdschriften zoals Humo en Knack worden duidelijk het meest gelezen en van de
vrouwenbladen scoren de op gezondheid georiënteerde tijdschriften zoals Feeling
en Fit & Gezond het hoogst. Door een kwart van deze vrouwen wordt minstens
1 keer in de maand naar modeprogramma’s gekeken. Ook
lichaamsverzorgingsprogramma’s worden relatief vaak bekeken door deze groep
vrouwen.
Analyse doen met
zoveel verschillende magazines en programma’s is moeilijk. Daarom werd besloten
om ze inhoudelijk te hergroeperen. Tabel
3 geeft een overzicht van deze nieuwe indeling.
|
|
Media |
% |
|
Sensatiebladen |
Dag Allemaal |
9.1 |
|
Glossies |
Cosmopolitan |
5.0 |
|
Vrouwenbladen |
Elga |
12.0 |
|
Erotische tijdschriften |
Playboy |
0.8 |
|
Erotische tv-programma’s |
Erotische tv-programma’s |
9.5 |
|
Lichaamsgecentreerde programma’s |
Modeprogramma’s |
25.3 |
|
Mannenbladen |
Esquire |
1.2 |
|
Feministisch tijdschrift |
Opzij |
6.6 |
|
Algemene tijdschriften voor gemengd publiek |
Humo |
33.2 |
Tabel 3 Percentage vrouwen dat op een vaste basis
een bepaald magazine leest of televisieprogramma bekijkt, gerangschikt volgens
type medium.
Oudere vrouwen
lezen over het algemeen iets minder geregeld tijdschriften dan jongere vrouwen.
Zij lezen ook minder vaak één van de mannenbladen of Humo of Knack en bekijken
minder geregeld lichaamsgecentreerde programma’s. Glossies of Opzij worden dan
weer wel door oudere vrouwen gelezen.
Bijna iedereen
leest evenveel of even weinig. Er blijkt geen significant verband te zijn tussen
het opleidingsniveau of het inkomen en het soort tijdschriften dat iemand
leest. Enkel mannenbladen worden meer gelezen door vrouwen met een lagere
opleiding (corr=.13) en glossies worden vaker gelezen worden in de hogere
inkomenscategorieën (corr=0.1491, p=0.0131).
Veel aandacht
ging in deze vragenlijst naar de eigenwaarde van de respondenten. Het is immers
een centraal element in de Ruby-campagne. De zelfwaardering is berekend aan de
hand van de Rosenbergschaal voor ‘self esteem’. Deze schaal bestaat uit tien
uitspraken (waaronder ‘over het algemeen ben ik tevreden met mezelf’ en ‘ik wou
dat ik meer respect voor mezelf kon hebben’), waarbij de respondenten aangaven
in hoeverre zij het ermee eens konden zijn (van –2 tot +2). Uit deze antwoorden ontstaat een score die
kan liggen tussen –20 (zeer weinig eigenwaarde) en 20 (zeer hoge
eigenwaarde).
De minimumscore
op deze schaal was –17, wat duidelijk staat voor een zeer lage eigenwaarde.
Verschillende respondenten behaalden echter ook 20, wat betekent dat men een
heel sterk gevoel van eigenwaarde heeft.
Het gemiddelde van de schaal was 6.58 (std. deviation= 6.95) en 82.7%
van de respondenten behaalde een positieve score van +1 of meer. We kunnen dus
stellen dat het grote deel van de respondenten een positieve eigenwaarde heeft.
De mate van
zelfwaardering blijkt sterk samen te hangen met de leeftijd (corr.=0.2378,
p=0.0001) en het opleidingsniveau (corr=.181; p=0.0009): hoe ouder en/of hoger
opgeleid de respondente, hoe hoger de zelfwaardering. Ook blijkt dat de mate
van zelfrespect niet samenhangt met de Body Mass Index. Vrouwen met een
duidelijk overwicht waarderen zichzelf niet significant negatiever dan andere
vrouwen. We merken alleen dat hun gemiddelde op de schaal (5.28) iets lager
ligt dan vrouwen met ondergewicht (7.09). Een afwijking van het
schoonheidsideaal gaat dus niet automatisch gepaard met een laag zelfbeeld. Ook
wie dik is kan zich goed in zijn vel voelen in de mannequinmaatschappij[3].
De respondenten
werd gevraagd voor 10 aspecten (zie Tabel
4) aan te geven of zij er hun eigenwaarde aan ontlenen.
Het gemiddeld aantal aspecten waaraan de respondenten zeiden er hun
zelfwaardering uit te halen is 3.85.
|
Bron |
% |
|
Mijn persoonlijkheid |
77.0 |
|
Het respect van anderen |
71.6 |
|
Mijn vriendschappen |
67.7 |
|
Mijn intieme en romantische relaties |
47.6 |
|
Mijn succes in beroep of school |
47.6 |
|
Mijn lichaamsvormen en gewicht |
22.0 |
|
Mijn gezicht |
19.2 |
|
Mijn succes in sport of hobby |
13.7 |
|
De kracht en souplesse van mijn lichaam |
10.2 |
|
Mijn inkomen |
8.6 |
Tabel 4 Rangschikking van bronnen van eigenwaarde die men
opgeeft.
Vooral
persoonlijkheid, respect van anderen en vriendschappen blijken hoog te scoren.
Opvallend is dat een relatief laag percentage vrouwen lichaamskenmerken als
gewicht of gezicht noemt als bron van zelfwaardering. De zelfwaardering van vrouwen blijkt hoger als ze bronnen als persoonlijkheid,
vriendschappen of intieme relaties aanduiden.
We hebben deze
bronnen van zelfwaardering gerangschikt in 4 categorieën:
|
Persoonlijke bronnen |
Romantische en intieme
relaties |
|
Sociale bronnen |
Vriendschappen |
|
Maatschappelijke bronnen |
Succes in het werk/op
school |
|
Fysieke bronnen |
Lichaamsvormen/gewicht |
Tabel 5
Categorieën van bronnen van zelfwaardering
Als we de
samenhang gaan bekijken tussen deze vier groepen en de eigenwaarde van mensen,
zien we dat vrouwen met een hogere eigenwaarde voornamelijk persoonlijke of
maatschappelijke bronnen van zelfwaardering noemen, terwijl vrouwen met een
lagere eigenwaarde eerder fysieke bronnen aanduiden voor hun zelfwaardering.
Dus hoe betere je je in je vel voelt, hoe meer sociale contacten en intieme
persoonlijke elementen een rol spelen. Wanneer die zelfwaardering al laag is,
zal men in sterke mate terugvallen op uiterlijkheden om een persoonlijkheid op
te bouwen (of te behouden ?).
|
|
Eigenwaarde |
Prob. |
|
Persoonlijke bronnen |
0.1430 |
0.0084 |
|
Sociale bronnen |
0.0326 |
|
|
Maatschappelijke bronnen |
0.1206 |
0.0266 |
|
Fysieke bronnen |
- 0.1158 |
0.0333 |
Tabel 6
Correlaties tussen de mate van eigenwaarde en de bronnen van zelfwaardering
Er blijkt een
significante samenhang te zijn tussen bepaalde vormen van mediagebruik en de
bronnen van zelfwaardering die de respondenten aangeduid hebben. Vrouwen die
geregeld erotische programma’s bekijken noemen vaker fysieke (corr=0.1463, p<0.001) en
persoonlijke corr=0.1673, p<0.001) bronnen. Ook het kijken naar
lichaamsgeoriënteerde televisieprogramma’s hangt samen met het ontlenen van
zelfwaardering aan fysieke bronnen (corr=0.1383; p<0.001).
Respondenten met
een hogere eigenwaarde zijn over het algemeen minder frequente lezeressen/kijksters:
dit uit zich vooral in een afname van het aantal lezeressen van sensatiebladen,
glossies en tijdschriften als Knack en Humo. Er is een licht positief verband
tussen een hoge eigenwaarde en het lezen van het feministisch tijdschrift Opzij.
De respondenten
konden hun eigen uiterlijk omschrijven op basis van een vijfpuntschaal (heel
mooi, mooi, niet mooi/niet lelijk, nogal lelijk, heel lelijk). De meeste
vrouwen klasseren zich eerder bescheiden als “niet mooi/niet lelijk”
(68.6%). Een redelijk grote groep
omschrijft zichzelf als mooi (26.2%) tot zeer mooi (1.9%), terwijl maar een
klein percentage (3.2%) zichzelf lelijk of zeer lelijk vindt.
De scores voor
tevredenheid over het lichaam zijn gebaseerd op twee groepen van vragen die
samen de Body Attitude Scale vormen. In de eerste serie wordt de respondenten
gevraagd het belang van een aantal
aspecten van het lichaam[4] aan te geven op een schaal van erg
onbelangrijk tot erg belangrijk. De tweede serie vraagt naar de aantrekkelijkheid van diezelfde aspecten
van het lichaam. Door het combineren
van de scores per lichaamsonderdeel volgens belang en aantrekkelijkheid werd
een tevredenheidsschaal over de
verschillende lichaamsonderdelen gecreëerd. Deze schazl loopt van 0 tot 10.
Mensen die laag scoren op de schaal vinden een bepaald lichaamsaspect heel
belangrijk en vinden het tegelijk heel onaantrekkelijk. Dat betekent dat men
zeer ontevreden is over dat lichaamsaspect. Aan de andere kant van de schaal
zitten de mensen die een kenmerk heel belangrijk maar ook heel aantrekkelijk
vonden. Volgende tabel geeft een overzicht van de constructie van deze schaal:
|
|
Erg onbelangrijk |
onbelangrijk |
belangrijk |
Erg belangrijk |
|
Erg onaantrekkelijk |
5 |
4 |
2 |
1 |
|
onaantrekkelijk |
5 |
5 |
3 |
2 |
|
aantrekkelijk |
6 |
6 |
8 |
9 |
|
Erg aantrekkelijk |
6 |
7 |
9 |
10 |
Tabel 7
Conversietabel, gebruikt voor de constructie van de Body Attitude Scale
De vrouwelijke
respondenten scoren voor alle onderdelen samen gemiddeld 6.44. Uit een
factoranalyse bleek dat er drie groepen van lichaamsonderdelen konden worden
onderscheiden waarvan de beoordeling sterk samenhing. Deze factoren zijn gegroepeerd als “tevredenheid met lichaamsonderdelen” (figuur, heupen, dijen,
billen, buik), “tevredenheid met algemene
verschijning” ( gezicht, algemene verschijning, bewegen, stem, huid, haren
en het gezicht) en “tevredenheid met primaire en secundaire
geslachtskenmerken” (borsten, geslachtsorganen).
Vooral over de
algemene verschijning zijn de meeste vrouwen tevreden (gemiddeld 7.3). Veel moeilijker is het om uitspraken te doen
over de tevredenheid van vrouwen met lichaamsonderdelen als dijen, heupen,
billen of buik. De meeste vrouwen hechten wel veel belang aan deze
lichaamsdelen, maar ze vinden ze niet allemaal even aantrekkelijk bij zichzelf.
Daarom vinden we een verdeeld antwoordpatroon in deze groep. Eén deel van de
respondenten scoort laag in deze groep terwijl een ander deel heel hoog scoort,
zonder een middengroep. Dat maakt dat de gemiddelde score voor deze specifieke
lichaamsonderdelen ergens in het midden van de schaal ligt: 5.45. De tevredenheid over de geslachtskenmerken
scoort dan weer hoger en ligt in de buurt van het algemeen gemiddelde (6.4).
Er is een
duidelijke samenhang tussen lichaamstevredenheid en leeftijd terug te vinden
bij de vrouwelijke respondenten: hoe ouder, hoe tevredener ze zijn over hun
lichaam, en over alle aspecten daarvan (correlatiemaat varieert van .14 tot
.22, p=0.01). Er blijkt ook een samenhang te zijn tussen lichaamstevredenheid
en opleiding: hoe hoger de opleiding, hoe tevredener de vrouwen zijn over hun
algemene verschijning. Opleiding blijkt dan weer nauwelijks een rol te spelen
bij de tevredenheid over specifieke lichaamsdelen.
Vrouwen met een
hogere BMI zijn duidelijk minder tevreden over lichaamsonderdelen (corr=.3465,
p=0.0001). Dit uit zich echter niet in mindere tevredenheid over de algemene
verschijning. Met andere woorden: vrouwen met een grotere lichaamsomvang zijn even
tevreden over hun algemene verschijning als andere vrouwen, ze hebben het
alleen wat moeilijk met bepaalde delen.
Bovendien blijkt
niet zozeer de BMI maar wel de eigenwaarde een belangrijke rol te spelen in de
tevredenheid. Vrouwen met een hogere eigenwaarde zijn duidelijk meer tevreden
over hun lichaam, in alle aspecten (correlatiemaat varieert van .28 tot .46,
p=0.0001).
Aan iedereen is
wel ‘iets mis’. De wereld loopt vol scheve neuzen, korte benen en dikke buiken.
Toch spelen bepaalde schoonheidsfoutjes in de sociale realiteit een
belangrijkere rol omdat ze meer opgemerkt worden dan anderen. Aan de
respondenten werd gevraagd aan te duiden op welke ‘schoonheidsfoutjes’ ze
letten bij andere vrouwen en mannen.
Alhoewel er
identieke lijstjes voor mannen en vrouwen waren, wordt duidelijk dat vrouwen
iets anders naar mannen kijken dan naar vrouwen. Ze zijn ook een klein beetje
kritischer naar vrouwen toe. Het gemiddeld aantal schoonheidsfoutjes dat bij
vrouwen opgemerkt wordt is 5.35 (op 15 items), terwijl dat bij mannen op 5.08
ligt. De leeftijd blijkt een verzachtend effect te hebben. Hoe ouder men wordt
hoe minder men let op de schoonheidsfoutjes van anderen (zowel bij vrouwen:
corr: -0.19, p=.001 als bij mannen: corr: -0.20, p=0.001).
|
|
Bij vrouwen |
Bij mannen |
|
Onverzorgd uiterlijk |
89.5 |
88.2 |
|
Lelijke houding |
72.8 |
75.7 |
|
Duidelijk overgewicht |
65.5 |
66.8 |
|
Lelijke huid |
58.8 |
58.5 |
|
Dikke buik |
52.1 |
65.8 |
|
Ondergewicht (erg mager
zijn) |
50.5 |
34.2 |
|
Cellulitis |
35.1 |
10.9 |
|
Grote neus |
24.0 |
21.4 |
|
Slappe borst(en) |
31.9 |
26.6 |
|
Korte benen |
13.7 |
27.8 |
|
Rimpels |
11.8 |
3.8 |
|
Licht overgewicht |
8.9 |
8.0 |
|
Grijze haren |
8.9 |
7.0 |
|
Kleine ogen |
6.7 |
11.8 |
|
Kraaienpootjes |
6.1 |
2.6 |
Tabel 8
Percentage vrouwen dat zegt zich te storen aan specifieke ‘schoonheidsfoutjes’
Opvallend bij
deze resultaten is wel dat de vaakst genoemde ‘schoonheidsfoutjes’ gelijklopend
zijn bij mannen en vrouwen. Bij beiden valt een onverzorgd uiterlijk, lelijke
houding en duidelijk overgewicht het meest op. Bij vrouwen wordt iets meer
gelet op ondergewicht, bij mannen valt een dikke buik meer op.
Dat jongere
vrouwen kritischer zijn tegenover schoonheidsfoutjes blijkt niet alleen uit het
aantal fouten dat zij opnoemen maar ook uit de aard van de foutjes. Zij zijn,
meer dan oudere vrouwen, gevoelig voor zowel de kleinere ‘schoonheidsfoutjes’
als een grote neus, kleine ogen of korte benen, als voor onder- en overgewicht
of onverzorgd uiterlijk.
Vrouwen die een
grotere BMI hebben letten opvallend meer op schoonheidsfouten als cellulitis,
dikke buik of slappe borsten. Daaruit besluiten dat dit een soort spiegeleffect
is, is misschien verregaand maar het verband is wel opvallend.
Niet alleen de
negatieve kant van schoonheidsfouten werd in de enquête belicht. De
respondenten werd ook gevraagd wanneer zij persoonlijk iemand mooi en
aantrekkelijk vinden. Zij konden een keuze maken uit 20 attractiepunten en
meerdere antwoorden aankruisen. Uitstraling blijkt het meest genoemd te worden;
terwijl het hebben van geld en macht allerminst scoorde. Opvallend is dat,
evenals bij de bronnen van zelfwaardering, de rechtstreeks aan het lichaam
gerelateerde zaken (zoals een ideaal figuur hebben, er naar gangbare criteria
goed uitzien) door relatief weinig vrouwen genoemd worden. Dat is opvallend
omdat de ‘eerste oogopslag’ meestal daar naar uitgaat. Hier vinden we mogelijkerwijze
een sterk sociaal gewenst antwoordpatroon. Toch beantwoordt naar ons gevoel de
aantrekkelijkheid van iemand na een verdere kennismaking beter aan dit patroon.
|
|
% |
|
Uitstraling hebben |
89.5 |
|
Sympathiek
zijn |
84.0 |
|
Humoristisch
zijn |
77% |
|
Gevoelig
voor de problemen van anderen |
69.3 |
|
Intelligent
en gevoelig argumenteren |
66.5 |
|
Ontspannen
zijn |
61.3 |
|
Zelfvertrouwen
hebben |
59.7 |
|
Grip
op het eigen leven |
58.5 |
|
Stralende
ogen |
55.3 |
|
Goed
voor zichzelf kunnen opkomen |
48.2 |
|
Zich
goed en modieus kleden |
40.9 |
|
Tegen
iedereen aardig zijn |
39.0 |
|
Mooi
haar hebben |
33.2 |
|
Er
naar gangbare criteria goed uitzien |
30.7 |
|
Sportief
zijn |
22.4 |
|
Zich
hard inzetten voor werk of beroep |
20.8 |
|
Iets
goed kunnen (wat ik niet kan) |
19.8 |
|
Een
ideaal figuur hebben |
13.7 |
|
Geld en macht hebben |
4.5 |
Tabel 9
Percentage vrouwen dat bepaalde aspecten aantrekkelijk vindt
Door middel van een
factoranalyse werd het mogelijk om deze 20 antwoorden te rangschikken in 3
factoren van aantrekkelijkheid (de antwoorden ‘Tegen iedereen aardig zijn’ en
‘Iets goed kunnen (wat ik niet kan)’ vielen hier wel buiten).
-
Een eerste factor staat voor sterke
persoonlijkheid en omvat de antwoorden ‘Ontspannen zijn’,
‘Zelfvertrouwen hebben’, ‘Goed voor zichzelf kunnen opkomen’ en ‘Grip op het
eigen leven’. (Chronbach standardized item alpha= 0.62).
-
De tweede factor van
aantrekkelijkheid staat voor de gevoelige persoonlijkheid en bestaat
uit de antwoorden ‘Gevoelig voor de problemen van anderen’ en ‘Intelligent en
gevoelig argumenteren’ (Cronbach standardized item alpha=.43).
-
De derde factor heeft te
maken met fysieke aantrekkelijkheid
en wordt gevormd door “Mooi haar hebben’, ‘Zich goed en modieus kleden’ en
‘Een ideaal figuur hebben’ (Cronbach standardized item alpha=.52).
Als we kijken wat
dit in onze analyse oplevert, constateren we dat oudere vrouwen minder vallen
voor de fysieke aantrekkelijkheid en lichtjes een voorkeur hebben voor de
sterke persoonlijkheid. Diezelfde fysieke schoonheid doet het trouwens ook goed
bij de lager opgeleide vrouwen in onze steekproef.
In de wereld van
beauty en aantrekkelijkheid is diëten en sporten niet weg te denken. Het is de
keerzijde van de schoonheid, de zijde van het harde zwoegen en werken om aan
het schoonheidsideaal te voldoen. De enquête trachtte te peilen naar het
profiel van de mensen die vaak sporten en zeker naar het dieetgedrag in België.
|
Lijngedrag |
Frequency |
Percent |
|
Nooit |
92 |
29.8 |
|
Soms |
128 |
41.4 |
|
Regelmatig |
51 |
16.5 |
|
Vaak |
32 |
10.4 |
|
Altijd |
6 |
1.9 |
|
Totaal |
309 |
|
Tabel 10
Lijngedrag van de respondenten
Ruim een kwart
van de respondenten zegt regelmatig tot vaak te lijnen, 3 op de 10 vrouwen doet
echter nooit aan de lijn. Jongere vrouwen (tussen 13 en 20 jaar) diëten iets
vaker dan oudere vrouwen.
Het BMI blijkt
zoals te verwachten viel, wel een rol te spelen: zwaardere vrouwen zeggen veel
vaker te lijnen (corr=.22, p=0.0001).
Bovendien is diëten geen pretje. Vrouwen die regelmatig tot vaak aan de
lijn doen zijn ongelukkiger met hun lichaam (corr=-0.2354,
p=0.0001) en hebben over het
algemeen ook een lager gevoel van zelfwaarde (corr=-0.2247,
p=0.0001).
Opvallend is dat er samenhang blijkt te
zijn tussen diëten en bepaalde vormen van mediagebruik. Vrouwen die regelmatig aan
de lijn doen, lezen geregelder tijdschriften of kijken meer
lichaamsgecentreerde programma’s (corr=0.1851, p< 0.001). Ook vrouwenbladen worden meer gelezen
door vrouwen die aan de lijn doen (corr=0.1692, p=0.001). De aanwezigheid van verschillende diëten
in deze magazines zal daar ongetwijfeld niet vreemd aan zijn.
|
Sportgedrag |
Frequency |
Percent |
|
Nooit |
42 |
13.5 |
|
Soms |
162 |
51.9 |
|
Regelmatig |
78 |
25.0 |
|
Vaak |
30 |
9.6 |
|
Totaal |
312 |
|
Tabel 11
Sportgedrag van de respondenten
Een derde van de
respondenten zegt regelmatig tot vaak te sporten; de helft sport soms. De
meerderheid van de vrouwen doet het voornamelijk omwille van de conditie (59.7%)
of omdat ze het graag doen (47.9%), een kwart van de respondenten noemt ook het
calorieverbruik als reden om aan sport te doen.
Er is geen
samenhang tussen leeftijd en sport, noch tussen opleiding en sport: sportende vrouwen
zijn van alle leeftijden en van alle opleidingsniveau’s (hetzelfde geldt voor
de niet-sportende vrouwen). Er is wel een verband tussen BMI en sportgedrag:
zwaardere vrouwen doen minder regelmatig of vaak aan sport (corr=-0.19, p=0.0005).
Er is een significant verband tussen het doen aan sport en het diëten (Fisher’s exact test: p=0.0001).
In de vragenlijst
werden ook 13 uitspraken verwerkt over het schoonheidsideaal (bijvoorbeeld:
“ook vanaf haar veertigste kan een vrouw seksueel aantrekkelijk zijn” of
“schoonheid maakt gelukkig”). Respondenten gaven op een vijfpuntschaal aan in
hoeverre zij het met die uitspraken eens waren.
Een principale
component factoranalyse werd uitgevoerd om deze meningen te rangschikken. Vier
factoren van attitudes werden hierdoor verkregen:
-
De factor Kritische
houding t.a.v. fysieke schoonheid (Cronbach’s
standardized item alpha of 0.67) omvat uitspraken als ‘schoonheid maakt gelukkig’, ‘Mooie mensen hebben een
makkelijker leven’ en ‘mooie mensen hebben meer succes’. Hoe hoger men hier
scoort, des te kritischer staat men tegenover het schoonheidsideaal.
-
De factor Kritische
houding t.ov de uitspraak “oud is lelijk”
(Cronbach’s standardized item alpha of 0.79) omvat de mening over vanaf haar/zijn veertigste
kan een vrouw/man nog aantrekkelijk zijn
-
De factor Kritische
houding tav het schoonheidsideaal omvat uitspraken over het
schoonheidsideaal, zoals “vrouwen zouden het heel wat gemakkelijker hebben in
een wereld zonder schoonheidsideaal”
-
De factor Voorkeur
voor niet-fysieke aspecten (Cronbach’s standardized item
alpha van 0.85) met
uitspraken over charme en intelligentie (‘is belangrijker dan schoonheid’).
Er is geen
duidelijke samenhang te vinden tussen het uiten van meningen over het
schoonheidsideaal en leeftijd, opleiding of BMI. Ongeacht hun achtergrond, zijn
alle vrouwen in onze steekproef het eens met elkaar over het schoonheidsideaal.
Alleen de
eigenwaarde speelt een belangrijke rol in de vorming van attitudes: hoe hoger
de eigenwaarde hoe kritischer de vrouwen staan t.o.v. allerlei uitspraken
omtrent schoonheid. Vooral op uitspraken als ‘schoonheid maakt gelukkig’, ‘Mooie
mensen hebben een makkelijker leven’ en ‘mooie mensen hebben meer succes’
reageren vrouwen met een lage eigenwaarde positief (‘mee eens’). Het niet
samenhangen met BMI breekt het vooroordeel af dat wie mooi is makkelijk spreken
heeft. Ook wie niet aan het schoonheidsideaal voldoet en zich toch goed voelt,
bekritiseert voluit het schoonheidsideaal. Alleen wanneer je je hoofd laat
hangen naar wat de omgeving je opdringt aan idealen, zal je weinig weerwerk
bieden.
Als we het
leesgedrag koppelen aan de meningen over het schoonheidsideaal zien we dat er
weinig verbanden zijn tussen beide. Alleen wanneer iemand regelmatig glossies
of erotische tijdschriften leest staat men veel minder kritisch ten opzichte
van het schoonheidsideaal (corr=- 0.3073, p<0.001). Vrouwen die geregeld tijdschriften als
Humo of Knack lezen, doen wel heel wat kritischere uitspraken ten aanzien van
schoonheid en schoonheidsidealen (corr=0.3203, p<0.001).
Schoonheidsidealen zijn niet nieuw. Heel
de geschiedenis door heeft de mens gedebatteerd over wat mooi is en wat niet.
Zelfs ernstige heren als Plato en Aristoteles hielden zich er mee bezig. Wat
dit onderzoek dreef in zijn opzet was de constatering dat het huidige
schoonheidsideaal niet alleen de grenzen van de schoonheid, van de
maatschappelijk schoonheidsnorm drastisch zijn verhoogd, ook de vaststelling
dat de verspreiding van dit ideaal via massamediale weg nog nooit zo groot is
geweest, speelde een belangrijke rol. Ook al zegt niemand dat hij beïnvloed
wordt door reclame of propaganda, wie in een bad zit, wordt sowieso nat.
Niemand kan zeggen dat hij of zij niet aan deze beeldenstroom bloot staat.
De resultaten van het onderzoek zetten
heel wat clichés rondom schoonheid in cijfers om. Het is zo dat een hoge
eigenwaarde, een goed gevoel over zichzelf een belangrijke rol speelt. Daarbij
zijn het voornamelijk de oudere vrouwen die meer zelfvertrouwen bezitten.
Tegelijk zijn zij het ook die kritischer staan tegenover het schoonheidscircus.
Schoonheidsfoutjes doen er minder toe en de idealen die gepropageerd worden
gaan sneller aan hen voorbij. Dat in tegenstelling tot de jongere generatie die
moeilijker opbokst tegen de schoonheidsindustrie. Toch dienen we ook dat niet
te overroepen. Jongeren staan misschien wel onder een zwaardere druk, de jonge
vrouwen uit dit onderzoek tonen aan dat zij niet gezwicht zijn. Zij hebben een
gezonde dosis eigenwaarde en een aanzienlijk groep ontwikkelt op jonge leeftijd
al een kritische blik op de omgeving.
Naast deze conclusies levert dit onderzoek
ook heel wat pistes op die verder onderzocht dienen te worden. De mate waarin
het mediagebruik van invloed is op ideeën over schoonheid en eigenwaarde en
bijvoorbeeld het lijngedrag van vrouwen kan niet rechtstreeks uit dit onderzoek
gehaald worden. De samenhang die in dit onderzoek gevonden werd tussen
bijvoorbeeld eigenwaarde en mediagebruik (vrouwen met een lagere eigenwaarde
lezen meer sensatiebladen) kan vanuit twee kanten bekeken worden. Kiezen
vrouwen met een lage eigenwaarde bewust voor het lezen van tijdschriften als
Dag Allemaal of TV-Story of krijgen vrouwen die deze tijdschriften lezen een
lage eigenwaarde door het beeld dat hen via deze tijdschriften geleverd wordt.
Bovendien mag de mogelijkheid dat er, gezien de context van de campagne die het
schoonheidsideaal ter discussie stelt ook sociaal wenselijk geantwoord is,
zeker niet uitgesloten worden.
|
|
[1]
Niet altijd wordt exact de steekproefgrootte gehaald, omwille van
ontbrekende waarden.
[2] De
BMI staat voor Body Mass Index (gewicht in kilo’s/lengte in meters²). De
benoeming van BMI-categorieën is overeenkomstig vaak gehanteerde klinische
criteria. Iets meer dan de helft van de ondervraagde vrouwen valt in de
categorie ‘medisch gezond gewicht’, ruim een kwart heeft een te laag gewicht,
20% is volgens deze criteria te zwaar.
[3] Term afkomstig van Rudi Laermans die
daarmee de proliferatie van superslanke, quasi anorexia-achtige modellen
aankloeg.
[4]
Gevraagd werd naar het belang en de aantrekkelijkheid van de volgende
lichaamsonderdelen: gezicht, algemene verschijning, haren, bewegen, huid, stem,
borsten, geslachtsorganen, figuur, heupen, billen, buik, dijen.