---

 

 

 

 

 

Eigenwaarde, lichaamstevredenheid en het schoonheidsideaal

 

Een onderzoek in het kader van de Ruby-campagne

 

 

ZORRA en The BodyShop

 

 

 

 

 

Sonja Spee & Dimitri Mortelmans

 

 

 

 

 

 

UIA – Centrum voor Vrouwenstudies

Universiteitsplein 1 – 2160 Wilrijk

Tel. 03/ 820.28.50 Fax 03/820.28.82

E-mail:            zorra@uia.ac.be

www.zorra.be

 

 

1.      1         Inleiding

 

1.             1.1         Voorgeschiedenis

In oktober 1997 is door The Body Shop, in Vlaanderen in samenwerking met ZORRA (Zien Opsporen en Reageren op Rolpatronen in Advertenties, een meldpunt voor reacties in verband met de representatie van mannen en vrouwen in reclame) de campagne `Eigenwaarde en schoonheid' gestart, die zich ten doel stelt het gangbare, eenzijdige, schoonheidsideaal ter discussie te stellen en het zelfbeeld en gevoel van zelfrespect van mensen te bevorderen en te ondersteunen.  Eén van de voortreksters van deze campagne in Vlaanderen was Prof. Dr. Magda Michielsens, die vanaf het begin de link heeft gemaakt tussen de academische wereld (vanuit het Centrum voor Vrouwenstudies) en vrouwenorganisaties (via ZORRA).

 

In het kader van deze campagne is door het NISSO (Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek) een enquête ontworpen (zie bijlage) die peilt naar de zelfwaardering, lichaamstevredenheid, attitudes over het schoonheidsideaal en de consumptie van media (tijdschriften en bepaalde televisieprogramma’s). Deze vragenlijsten zijn in Vlaanderen en Wallonnië via de winkels van The BodyShop en via vrouwenorganisaties verspreid en werden voor België door Dimitri Mortelmans (UIA) en Sonja Spee (ZORRA, UIA) geanalyseerd.

 

In totaal hebben 313 vrouwen en 25 mannen deze vragenlijst ingevuld. Dit verslag beperkt zich tot de bevindingen voor de vrouwelijke respondenten.

2.             1.2         Welke vrouwen hebben aan dit onderzoek meegewerkt?

De vrouwelijke respondenten komen uit alle leeftijdsgroepen tussen 13 en 62 jaar (gemiddelde leeftijd: 30 jaar oud) en opleidingsniveau’s (met wel een  licht overwicht van HOBU/universiteit). Ook de burgerlijke stand van de respondenten en hun inkomen is normaal verdeeld. Ruim driekwart van de respondenten komt uit Vlaanderen. Een mogelijke verklaring hiervoor is te vinden in het feit dat de Bodyshop (waar heel wat vragenlijsten verspreid werden) slechts 2 winkels in Wallonië heeft en 16 in Vlaanderen.

 

De meeste vrouwen werken voltijds, besteden ruim 16, 5 uur per week aan het huishouden en houden 15 uur vrije tijd over.  Vrijwilligerswerk wordt niet vaak genoemd.

 

Het is moeilijk om uitspraken te doen over de representativiteit van deze steekproef. Maar door de verscheidenheid in bijvoorbeeld leeftijd en opleidingsniveau is het wel mogelijk om vergelijkingen te maken. Zeker is dat de vrouwen die de vragenlijst invulden en binnenbrachten of opstuurden gemotiveerd waren en geïnteresseerd in het onderwerp van deze enquête.

 

 

Leeftijd

N[1]

(%)

 

13-20 jaar

67

21.4

 

21-30 jaar

109

34.8

 

31-40 jaar

79

25.2

 

41-62 jaar

58

18.5

 

Opleiding

N

(%)

 

Lagere school

9

2.9

 

Lager secundair

23

7.5

 

Hoger secundair

90

29.4

 

HOBU

101

33.0

 

Universiteit

83

27.1

 

Burgerlijke staat

N

(%)

 

Samenwonend/getrouwd

145

47.9

 

Vaste partner

62

20.5

 

Wisselende partners

18

5.9

 

Alleenstaand/geen partner

78

25.7

Inkomen alleenstaanden

N

(%)

< 20000 (BF/pm)

44

27.2

20000-40000 (BF/pm)

42

25.9

40000-60000 (BF/pm)

59

36.4

>60000 (BF/pm)

17

10.5

 

Inkomen samenwonenden

N

(%)

 

< 40000

10

7.0

 

40000-60000

16

11.3

 

60000-80000

40

28.2

 

80000-120000

56

39.4

 

>120000

20

14.1

 

BMI[2]

N

(%)

 

<20 (ondergewicht)

84

27.2

 

20-25(normaal gewicht)

161

52.1

 

25-30 (overgewicht)

50

16.2

 

>30 (obesitas)

14

4.5

 

Regio

N

(%)

 

Vlaanderen

241

77%

 

Wallonnië

77

23%

 

Tabel 1 Socio-demografische gegevens van de vrouwelijke respondenten

 


2.   2         Mediagebruik

1.             2.1         Populariteit van tijdschriften en tv-programma’s

Voor 27 tijdschriften en tv-programma’s werd aan de respondenten gevraagd om aan te geven in welke mate zij die lazen of bekeken. Deze televisieprogramma’s en tijdschriften werden door ons ingedeeld in verschillende categorieën. Het basisidee daarbij was de frequentie van lezen of kijken. Wanneer een respondente een bepaald weekblad elke week koopt, kunnen we veronderstellen dat zij een vaste lezeres is van dit blad. Hetzelfde geldt voor maandbladen en televisieprogramma’s (waar één keer per maand als criterium werd gehanteerd). De volgende tabel geeft een overzicht van deze vaste lezeressen en kijkers naar de verschillende media die in de enquête bevraagd werden.

 

 

Specifiek medium

%

1.     

Humo

33,2

2.     

Modeprogramma’s

25,3

3.     

Knack

18,7

4.     

Lichaamsverzorgingsprogramma’s

18,3

5.     

Feeling

17,0

6.     

Fit & gezond

15,8

7.     

Flair

12,9

8.     

Elga

12,0

9.     

Libelle

10,8

10. 

Erotische programma’s

9,5

11. 

Dag Allemaal

9,1

12. 

Opzij

6,6

13. 

De Nieuwe Panorama

5,4

14. 

Cosmopolitan

5,0

15. 

TV Story

3,7

16. 

Onze Tijd

3,7

17. 

Marie Claire

2,9

18. 

Softpornofilms

2,1

19. 

Elegance

1,7

20. 

Beau Monde

1,7

21. 

Esquire

1,2

22. 

Nouveau

1,2

23. 

Voetbal Magazine

0,8

24. 

Playboy

0,8

25. 

Elle

0,4

26. 

Penthouse

0,0

27. 

Man

0,0

Tabel 2 Percentage vrouwen dat op een vaste basis een bepaald magazine leest of televisieprogramma bekijkt.

 

De meer algemene tijdschriften zoals Humo en Knack worden duidelijk het meest gelezen en van de vrouwenbladen scoren de op gezondheid georiënteerde tijdschriften zoals Feeling en Fit & Gezond het hoogst. Door een kwart van deze vrouwen wordt minstens 1 keer in de maand naar modeprogramma’s gekeken. Ook lichaamsverzorgingsprogramma’s worden relatief vaak bekeken door deze groep vrouwen.

 

Analyse doen met zoveel verschillende magazines en programma’s is moeilijk. Daarom werd besloten om ze inhoudelijk te hergroeperen. Tabel 3 geeft een overzicht van deze nieuwe indeling.

 

 

Media

%

Sensatiebladen

Dag Allemaal
TV Story
Nieuwe Panorama

9.1
3.7
5.4

Glossies

Cosmopolitan
Marie Claire
Elle
Elegance
Beau Monde
Nouveau

5.0
2.9
0.4
1.7
1.7
1.2

Vrouwenbladen

Elga
Feeling
Libelle
Fit & Gezond
Flair

12.0
17.0
10.8
15.8
12.9

Erotische tijdschriften

Playboy
Penthouse

0.8
0.0

Erotische tv-programma’s

Erotische tv-programma’s
Erotische films

9.5
2.1

Lichaamsgecentreerde programma’s

Modeprogramma’s
Lichaamsverzorgings-programma’s

25.3
18.3

Mannenbladen

Esquire
Voetbal Magazine

1.2
0.8

Feministisch tijdschrift

Opzij

6.6

Algemene tijdschriften voor gemengd publiek

Humo
Knack

33.2
18.7

Tabel 3 Percentage vrouwen dat op een vaste basis een bepaald magazine leest of televisieprogramma bekijkt, gerangschikt volgens type medium.

 

Oudere vrouwen lezen over het algemeen iets minder geregeld tijdschriften dan jongere vrouwen. Zij lezen ook minder vaak één van de mannenbladen of Humo of Knack en bekijken minder geregeld lichaamsgecentreerde programma’s. Glossies of Opzij worden dan weer wel door oudere vrouwen gelezen.

 

Bijna iedereen leest evenveel of even weinig. Er blijkt geen significant verband te zijn tussen het opleidingsniveau of het inkomen en het soort tijdschriften dat iemand leest. Enkel mannenbladen worden meer gelezen door vrouwen met een lagere opleiding (corr=.13) en glossies worden vaker gelezen worden in de hogere inkomenscategorieën (corr=0.1491, p=0.0131).

3.      3         Zelfwaardering of eigenwaarde

1.             3.1         De schaal van zelfwaardering

Veel aandacht ging in deze vragenlijst naar de eigenwaarde van de respondenten. Het is immers een centraal element in de Ruby-campagne. De zelfwaardering is berekend aan de hand van de Rosenbergschaal voor ‘self esteem’. Deze schaal bestaat uit tien uitspraken (waaronder ‘over het algemeen ben ik tevreden met mezelf’ en ‘ik wou dat ik meer respect voor mezelf kon hebben’), waarbij de respondenten aangaven in hoeverre zij het ermee eens konden zijn (van –2 tot +2).  Uit deze antwoorden ontstaat een score die kan liggen tussen –20 (zeer weinig eigenwaarde) en 20 (zeer hoge eigenwaarde). 

2.             3.2         Eigenwaarde van de respondenten

De minimumscore op deze schaal was –17, wat duidelijk staat voor een zeer lage eigenwaarde. Verschillende respondenten behaalden echter ook 20, wat betekent dat men een heel sterk gevoel van eigenwaarde heeft.  Het gemiddelde van de schaal was 6.58 (std. deviation= 6.95) en 82.7% van de respondenten behaalde een positieve score van +1 of meer. We kunnen dus stellen dat het grote deel van de respondenten een positieve eigenwaarde heeft.

 

De mate van zelfwaardering blijkt sterk samen te hangen met de leeftijd (corr.=0.2378, p=0.0001) en het opleidingsniveau (corr=.181; p=0.0009): hoe ouder en/of hoger opgeleid de respondente, hoe hoger de zelfwaardering. Ook blijkt dat de mate van zelfrespect niet samenhangt met de Body Mass Index. Vrouwen met een duidelijk overwicht waarderen zichzelf niet significant negatiever dan andere vrouwen. We merken alleen dat hun gemiddelde op de schaal (5.28) iets lager ligt dan vrouwen met ondergewicht (7.09). Een afwijking van het schoonheidsideaal gaat dus niet automatisch gepaard met een laag zelfbeeld. Ook wie dik is kan zich goed in zijn vel voelen in de mannequinmaatschappij[3].

3.             3.3         Bronnen van zelfwaardering

De respondenten werd gevraagd voor 10 aspecten (zie Tabel 4) aan te geven of zij er hun eigenwaarde aan ontlenen. Het gemiddeld aantal aspecten waaraan de respondenten zeiden er hun zelfwaardering uit te halen is 3.85.

 

Bron

%

Mijn persoonlijkheid

77.0

Het respect van anderen

71.6

Mijn vriendschappen

67.7

Mijn intieme en romantische relaties

47.6

Mijn succes in beroep of school

47.6

Mijn lichaamsvormen en gewicht

22.0

Mijn gezicht

19.2

Mijn succes in sport of hobby

13.7

De kracht en souplesse van mijn lichaam

10.2

Mijn inkomen

8.6

Tabel 4 Rangschikking van bronnen van eigenwaarde die men opgeeft.

 

Vooral persoonlijkheid, respect van anderen en vriendschappen blijken hoog te scoren. Opvallend is dat een relatief laag percentage vrouwen lichaamskenmerken als gewicht of gezicht noemt als bron van zelfwaardering.  De zelfwaardering van vrouwen blijkt hoger als ze bronnen als persoonlijkheid, vriendschappen of intieme relaties aanduiden.

 

We hebben deze bronnen van zelfwaardering gerangschikt in 4 categorieën:

 

Persoonlijke bronnen

Romantische en intieme relaties
Mijn persoonlijkheid

Sociale bronnen

Vriendschappen
Respect van anderen

Maatschappelijke bronnen

Succes in het werk/op school
Inkomen
Succes in hobby of sport

Fysieke bronnen

Lichaamsvormen/gewicht
Gezicht
Kracht en souplesse van mijn lichaam

Tabel 5 Categorieën van bronnen van zelfwaardering

 

Als we de samenhang gaan bekijken tussen deze vier groepen en de eigenwaarde van mensen, zien we dat vrouwen met een hogere eigenwaarde voornamelijk persoonlijke of maatschappelijke bronnen van zelfwaardering noemen, terwijl vrouwen met een lagere eigenwaarde eerder fysieke bronnen aanduiden voor hun zelfwaardering. Dus hoe betere je je in je vel voelt, hoe meer sociale contacten en intieme persoonlijke elementen een rol spelen. Wanneer die zelfwaardering al laag is, zal men in sterke mate terugvallen op uiterlijkheden om een persoonlijkheid op te bouwen (of te behouden ?).

 

 

Eigenwaarde

Prob.

Persoonlijke bronnen

  0.1430

0.0084

Sociale bronnen

  0.0326

 

Maatschappelijke bronnen

  0.1206

0.0266

Fysieke bronnen

- 0.1158

0.0333

Tabel 6 Correlaties tussen de mate van eigenwaarde en de bronnen van zelfwaardering

 

Er blijkt een significante samenhang te zijn tussen bepaalde vormen van mediagebruik en de bronnen van zelfwaardering die de respondenten aangeduid hebben. Vrouwen die geregeld erotische programma’s bekijken noemen vaker fysieke (corr=0.1463, p<0.001) en persoonlijke corr=0.1673, p<0.001) bronnen. Ook het kijken naar lichaamsgeoriënteerde televisieprogramma’s hangt samen met het ontlenen van zelfwaardering aan fysieke bronnen (corr=0.1383; p<0.001).

 

Respondenten met een hogere eigenwaarde zijn over het algemeen minder frequente lezeressen/kijksters: dit uit zich vooral in een afname van het aantal lezeressen van sensatiebladen, glossies en tijdschriften als Knack en Humo. Er is een licht positief verband tussen een hoge eigenwaarde en het lezen van het feministisch tijdschrift Opzij.

4.      4         Lichaamstevredenheid

1.             4.1         Eigen uiterlijk

De respondenten konden hun eigen uiterlijk omschrijven op basis van een vijfpuntschaal (heel mooi, mooi, niet mooi/niet lelijk, nogal lelijk, heel lelijk). De meeste vrouwen klasseren zich eerder bescheiden als “niet mooi/niet lelijk” (68.6%).  Een redelijk grote groep omschrijft zichzelf als mooi (26.2%) tot zeer mooi (1.9%), terwijl maar een klein percentage (3.2%) zichzelf lelijk of zeer lelijk vindt.

2.             4.2         Waardering van eigen lichaam

De scores voor tevredenheid over het lichaam zijn gebaseerd op twee groepen van vragen die samen de Body Attitude Scale vormen. In de eerste serie wordt de respondenten gevraagd het belang van een aantal aspecten van het lichaam[4] aan te geven op een schaal van erg onbelangrijk tot erg belangrijk. De tweede serie vraagt naar de aantrekkelijkheid van diezelfde aspecten van het lichaam.  Door het combineren van de scores per lichaamsonderdeel volgens belang en aantrekkelijkheid werd een tevredenheidsschaal over de verschillende lichaamsonderdelen gecreëerd. Deze schazl loopt van 0 tot 10. Mensen die laag scoren op de schaal vinden een bepaald lichaamsaspect heel belangrijk en vinden het tegelijk heel onaantrekkelijk. Dat betekent dat men zeer ontevreden is over dat lichaamsaspect. Aan de andere kant van de schaal zitten de mensen die een kenmerk heel belangrijk maar ook heel aantrekkelijk vonden. Volgende tabel geeft een overzicht van de constructie van deze schaal:

 

 

Erg onbelangrijk

onbelangrijk

belangrijk

Erg belangrijk

Erg onaantrekkelijk

5

4

2

1

onaantrekkelijk

5

5

3

2

aantrekkelijk

6

6

8

9

Erg aantrekkelijk

6

7

9

10

Tabel 7 Conversietabel, gebruikt voor de constructie van de Body Attitude Scale

 

De vrouwelijke respondenten scoren voor alle onderdelen samen gemiddeld 6.44. Uit een factoranalyse bleek dat er drie groepen van lichaamsonderdelen konden worden onderscheiden waarvan de beoordeling sterk samenhing.  Deze factoren zijn gegroepeerd als “tevredenheid met lichaamsonderdelen” (figuur, heupen, dijen, billen, buik), “tevredenheid met algemene verschijning” ( gezicht, algemene verschijning, bewegen, stem, huid, haren en het gezicht)  en “tevredenheid met primaire en secundaire geslachtskenmerken” (borsten, geslachtsorganen).

 

Vooral over de algemene verschijning zijn de meeste vrouwen tevreden (gemiddeld 7.3).  Veel moeilijker is het om uitspraken te doen over de tevredenheid van vrouwen met lichaamsonderdelen als dijen, heupen, billen of buik. De meeste vrouwen hechten wel veel belang aan deze lichaamsdelen, maar ze vinden ze niet allemaal even aantrekkelijk bij zichzelf. Daarom vinden we een verdeeld antwoordpatroon in deze groep. Eén deel van de respondenten scoort laag in deze groep terwijl een ander deel heel hoog scoort, zonder een middengroep. Dat maakt dat de gemiddelde score voor deze specifieke lichaamsonderdelen ergens in het midden van de schaal ligt: 5.45.  De tevredenheid over de geslachtskenmerken scoort dan weer hoger en ligt in de buurt van het algemeen gemiddelde (6.4).

 

Er is een duidelijke samenhang tussen lichaamstevredenheid en leeftijd terug te vinden bij de vrouwelijke respondenten: hoe ouder, hoe tevredener ze zijn over hun lichaam, en over alle aspecten daarvan (correlatiemaat varieert van .14 tot .22, p=0.01). Er blijkt ook een samenhang te zijn tussen lichaamstevredenheid en opleiding: hoe hoger de opleiding, hoe tevredener de vrouwen zijn over hun algemene verschijning. Opleiding blijkt dan weer nauwelijks een rol te spelen bij de tevredenheid over specifieke lichaamsdelen.

 

Vrouwen met een hogere BMI zijn duidelijk minder tevreden over lichaamsonderdelen (corr=.3465, p=0.0001). Dit uit zich echter niet in mindere tevredenheid over de algemene verschijning. Met andere woorden: vrouwen met een grotere lichaamsomvang zijn even tevreden over hun algemene verschijning als andere vrouwen, ze hebben het alleen wat moeilijk met bepaalde delen.

 

Bovendien blijkt niet zozeer de BMI maar wel de eigenwaarde een belangrijke rol te spelen in de tevredenheid. Vrouwen met een hogere eigenwaarde zijn duidelijk meer tevreden over hun lichaam, in alle aspecten (correlatiemaat varieert van .28 tot .46, p=0.0001).

3.             4.3         Schoonheidsfoutjes

Aan iedereen is wel ‘iets mis’. De wereld loopt vol scheve neuzen, korte benen en dikke buiken. Toch spelen bepaalde schoonheidsfoutjes in de sociale realiteit een belangrijkere rol omdat ze meer opgemerkt worden dan anderen. Aan de respondenten werd gevraagd aan te duiden op welke ‘schoonheidsfoutjes’ ze letten bij andere vrouwen en mannen.

 

Alhoewel er identieke lijstjes voor mannen en vrouwen waren, wordt duidelijk dat vrouwen iets anders naar mannen kijken dan naar vrouwen. Ze zijn ook een klein beetje kritischer naar vrouwen toe. Het gemiddeld aantal schoonheidsfoutjes dat bij vrouwen opgemerkt wordt is 5.35 (op 15 items), terwijl dat bij mannen op 5.08 ligt. De leeftijd blijkt een verzachtend effect te hebben. Hoe ouder men wordt hoe minder men let op de schoonheidsfoutjes van anderen (zowel bij vrouwen: corr: -0.19, p=.001 als bij mannen: corr: -0.20, p=0.001).

 

 

Bij vrouwen

Bij mannen

Onverzorgd uiterlijk

89.5

88.2

Lelijke houding

72.8

75.7

Duidelijk overgewicht

65.5

66.8

Lelijke huid

58.8

58.5

Dikke buik

52.1

65.8

Ondergewicht (erg mager zijn)

50.5

34.2

Cellulitis

35.1

10.9

Grote neus

24.0

21.4

Slappe borst(en)

31.9

26.6

Korte benen

13.7

27.8

Rimpels

11.8

3.8

Licht overgewicht

8.9

8.0

Grijze haren

8.9

7.0

Kleine ogen

6.7

11.8

Kraaienpootjes

6.1

2.6

Tabel 8 Percentage vrouwen dat zegt zich te storen aan specifieke ‘schoonheidsfoutjes’

 

Opvallend bij deze resultaten is wel dat de vaakst genoemde ‘schoonheidsfoutjes’ gelijklopend zijn bij mannen en vrouwen. Bij beiden valt een onverzorgd uiterlijk, lelijke houding en duidelijk overgewicht het meest op. Bij vrouwen wordt iets meer gelet op ondergewicht, bij mannen valt een dikke buik meer op.

 

Dat jongere vrouwen kritischer zijn tegenover schoonheidsfoutjes blijkt niet alleen uit het aantal fouten dat zij opnoemen maar ook uit de aard van de foutjes. Zij zijn, meer dan oudere vrouwen, gevoelig voor zowel de kleinere ‘schoonheidsfoutjes’ als een grote neus, kleine ogen of korte benen, als voor onder- en overgewicht of onverzorgd uiterlijk.

 

Vrouwen die een grotere BMI hebben letten opvallend meer op schoonheidsfouten als cellulitis, dikke buik of slappe borsten. Daaruit besluiten dat dit een soort spiegeleffect is, is misschien verregaand maar het verband is wel opvallend.

4.             4.4         Aantrekkelijkheid van anderen

Niet alleen de negatieve kant van schoonheidsfouten werd in de enquête belicht. De respondenten werd ook gevraagd wanneer zij persoonlijk iemand mooi en aantrekkelijk vinden. Zij konden een keuze maken uit 20 attractiepunten en meerdere antwoorden aankruisen. Uitstraling blijkt het meest genoemd te worden; terwijl het hebben van geld en macht allerminst scoorde. Opvallend is dat, evenals bij de bronnen van zelfwaardering, de rechtstreeks aan het lichaam gerelateerde zaken (zoals een ideaal figuur hebben, er naar gangbare criteria goed uitzien) door relatief weinig vrouwen genoemd worden. Dat is opvallend omdat de ‘eerste oogopslag’ meestal daar naar uitgaat. Hier vinden we mogelijkerwijze een sterk sociaal gewenst antwoordpatroon. Toch beantwoordt naar ons gevoel de aantrekkelijkheid van iemand na een verdere kennismaking beter aan dit patroon.

 

 

%

Uitstraling hebben

89.5

Sympathiek zijn

84.0

Humoristisch zijn

77%

Gevoelig voor de problemen van anderen

69.3

Intelligent en gevoelig argumenteren

66.5

Ontspannen zijn

61.3

Zelfvertrouwen hebben

59.7

Grip op het eigen leven

58.5

Stralende ogen

55.3

Goed voor zichzelf kunnen opkomen

48.2

Zich goed en modieus kleden

40.9

Tegen iedereen aardig zijn

39.0

Mooi haar hebben

33.2

Er naar gangbare criteria goed uitzien

30.7

Sportief zijn

22.4

Zich hard inzetten voor werk of beroep

20.8

Iets goed kunnen (wat ik niet kan)

19.8

Een ideaal figuur hebben

13.7

Geld en macht hebben

4.5

Tabel 9 Percentage vrouwen dat bepaalde aspecten aantrekkelijk vindt

 

Door middel van een factoranalyse werd het mogelijk om deze 20 antwoorden te rangschikken in 3 factoren van aantrekkelijkheid (de antwoorden ‘Tegen iedereen aardig zijn’ en ‘Iets goed kunnen (wat ik niet kan)’ vielen hier wel buiten). 

 

-         Een eerste factor staat voor sterke persoonlijkheid en omvat de antwoorden ‘Ontspannen zijn’, ‘Zelfvertrouwen hebben’, ‘Goed voor zichzelf kunnen opkomen’ en ‘Grip op het eigen leven’. (Chronbach standardized item alpha= 0.62). 

-         De tweede factor van aantrekkelijkheid staat voor de gevoelige persoonlijkheid en bestaat uit de antwoorden ‘Gevoelig voor de problemen van anderen’ en ‘Intelligent en gevoelig argumenteren’ (Cronbach standardized item alpha=.43).

-         De derde factor heeft te maken met fysieke aantrekkelijkheid en wordt gevormd door “Mooi haar hebben’, ‘Zich goed en modieus kleden’ en ‘Een ideaal figuur hebben’ (Cronbach standardized item alpha=.52).

 

Als we kijken wat dit in onze analyse oplevert, constateren we dat oudere vrouwen minder vallen voor de fysieke aantrekkelijkheid en lichtjes een voorkeur hebben voor de sterke persoonlijkheid. Diezelfde fysieke schoonheid doet het trouwens ook goed bij de lager opgeleide vrouwen in onze steekproef.

5.      5         Dieet- en sportgedrag

In de wereld van beauty en aantrekkelijkheid is diëten en sporten niet weg te denken. Het is de keerzijde van de schoonheid, de zijde van het harde zwoegen en werken om aan het schoonheidsideaal te voldoen. De enquête trachtte te peilen naar het profiel van de mensen die vaak sporten en zeker naar het dieetgedrag in België.

1.             5.1         Diëten

Lijngedrag

Frequency

Percent

Nooit

92

29.8

Soms

128

41.4

Regelmatig

51

16.5

Vaak

32

10.4

Altijd

6

1.9

Totaal

309

 

Tabel 10 Lijngedrag van de respondenten

 

Ruim een kwart van de respondenten zegt regelmatig tot vaak te lijnen, 3 op de 10 vrouwen doet echter nooit aan de lijn. Jongere vrouwen (tussen 13 en 20 jaar) diëten iets vaker dan oudere vrouwen.

 

Het BMI blijkt zoals te verwachten viel, wel een rol te spelen: zwaardere vrouwen zeggen veel vaker te lijnen (corr=.22, p=0.0001).  Bovendien is diëten geen pretje. Vrouwen die regelmatig tot vaak aan de lijn doen zijn ongelukkiger met hun lichaam (corr=-0.2354, p=0.0001) en hebben over het algemeen ook een lager gevoel van zelfwaarde (corr=-0.2247, p=0.0001).

 

Opvallend is dat er samenhang blijkt te zijn tussen diëten en bepaalde vormen van mediagebruik. Vrouwen die regelmatig aan de lijn doen, lezen geregelder tijdschriften of kijken meer lichaamsgecentreerde programma’s (corr=0.1851, p< 0.001). Ook vrouwenbladen worden meer gelezen door vrouwen die aan de lijn doen (corr=0.1692, p=0.001). De aanwezigheid van verschillende diëten in deze magazines zal daar ongetwijfeld niet vreemd aan zijn.

2.             5.2         Sporten

Sportgedrag

Frequency

Percent

Nooit

42

13.5

Soms

162

51.9

Regelmatig

78

25.0

Vaak

30

9.6

Totaal

312

 

Tabel 11 Sportgedrag van de respondenten

 

Een derde van de respondenten zegt regelmatig tot vaak te sporten; de helft sport soms. De meerderheid van de vrouwen doet het voornamelijk omwille van de conditie (59.7%) of omdat ze het graag doen (47.9%), een kwart van de respondenten noemt ook het calorieverbruik als reden om aan sport te doen.

 

Er is geen samenhang tussen leeftijd en sport, noch tussen opleiding en sport: sportende vrouwen zijn van alle leeftijden en van alle opleidingsniveau’s (hetzelfde geldt voor de niet-sportende vrouwen). Er is wel een verband tussen BMI en sportgedrag: zwaardere vrouwen doen minder regelmatig of vaak aan sport (corr=-0.19, p=0.0005). Er is een significant verband tussen het doen aan sport en het diëten (Fisher’s exact test: p=0.0001).

6.      6         Het schoonheidsideaal: meningen over de mythe

1.             6.1         Meningen over het schoonheidsideaal

In de vragenlijst werden ook 13 uitspraken verwerkt over het schoonheidsideaal (bijvoorbeeld: “ook vanaf haar veertigste kan een vrouw seksueel aantrekkelijk zijn” of “schoonheid maakt gelukkig”). Respondenten gaven op een vijfpuntschaal aan in hoeverre zij het met die uitspraken eens waren.

 

Een principale component factoranalyse werd uitgevoerd om deze meningen te rangschikken. Vier factoren van attitudes werden hierdoor verkregen:

 

-         De factor Kritische houding t.a.v. fysieke schoonheid (Cronbach’s standardized item alpha of 0.67) omvat uitspraken als ‘schoonheid maakt gelukkig’, ‘Mooie mensen hebben een makkelijker leven’ en ‘mooie mensen hebben meer succes’. Hoe hoger men hier scoort, des te kritischer staat men tegenover het schoonheidsideaal.

-         De factor Kritische houding t.ov de uitspraak “oud is lelijk” (Cronbach’s standardized item alpha of 0.79) omvat de mening over vanaf haar/zijn veertigste kan een vrouw/man nog aantrekkelijk zijn

-         De factor Kritische houding tav het schoonheidsideaal omvat uitspraken over het schoonheidsideaal, zoals “vrouwen zouden het heel wat gemakkelijker hebben in een wereld zonder schoonheidsideaal”

-         De factor Voorkeur voor niet-fysieke aspecten (Cronbach’s standardized item alpha van 0.85) met uitspraken over charme en intelligentie (‘is belangrijker dan schoonheid’).

 

Er is geen duidelijke samenhang te vinden tussen het uiten van meningen over het schoonheidsideaal en leeftijd, opleiding of BMI. Ongeacht hun achtergrond, zijn alle vrouwen in onze steekproef het eens met elkaar over het schoonheidsideaal.

 

Alleen de eigenwaarde speelt een belangrijke rol in de vorming van attitudes: hoe hoger de eigenwaarde hoe kritischer de vrouwen staan t.o.v. allerlei uitspraken omtrent schoonheid. Vooral op uitspraken als ‘schoonheid maakt gelukkig’, ‘Mooie mensen hebben een makkelijker leven’ en ‘mooie mensen hebben meer succes’ reageren vrouwen met een lage eigenwaarde positief (‘mee eens’). Het niet samenhangen met BMI breekt het vooroordeel af dat wie mooi is makkelijk spreken heeft. Ook wie niet aan het schoonheidsideaal voldoet en zich toch goed voelt, bekritiseert voluit het schoonheidsideaal. Alleen wanneer je je hoofd laat hangen naar wat de omgeving je opdringt aan idealen, zal je weinig weerwerk bieden.

 

Als we het leesgedrag koppelen aan de meningen over het schoonheidsideaal zien we dat er weinig verbanden zijn tussen beide. Alleen wanneer iemand regelmatig glossies of erotische tijdschriften leest staat men veel minder kritisch ten opzichte van het schoonheidsideaal (corr=- 0.3073, p<0.001). Vrouwen die geregeld tijdschriften als Humo of Knack lezen, doen wel heel wat kritischere uitspraken ten aanzien van schoonheid en schoonheidsidealen (corr=0.3203, p<0.001).

7.      7         Besluit

Schoonheidsidealen zijn niet nieuw. Heel de geschiedenis door heeft de mens gedebatteerd over wat mooi is en wat niet. Zelfs ernstige heren als Plato en Aristoteles hielden zich er mee bezig. Wat dit onderzoek dreef in zijn opzet was de constatering dat het huidige schoonheidsideaal niet alleen de grenzen van de schoonheid, van de maatschappelijk schoonheidsnorm drastisch zijn verhoogd, ook de vaststelling dat de verspreiding van dit ideaal via massamediale weg nog nooit zo groot is geweest, speelde een belangrijke rol. Ook al zegt niemand dat hij beïnvloed wordt door reclame of propaganda, wie in een bad zit, wordt sowieso nat. Niemand kan zeggen dat hij of zij niet aan deze beeldenstroom bloot staat.

 

De resultaten van het onderzoek zetten heel wat clichés rondom schoonheid in cijfers om. Het is zo dat een hoge eigenwaarde, een goed gevoel over zichzelf een belangrijke rol speelt. Daarbij zijn het voornamelijk de oudere vrouwen die meer zelfvertrouwen bezitten. Tegelijk zijn zij het ook die kritischer staan tegenover het schoonheidscircus. Schoonheidsfoutjes doen er minder toe en de idealen die gepropageerd worden gaan sneller aan hen voorbij. Dat in tegenstelling tot de jongere generatie die moeilijker opbokst tegen de schoonheidsindustrie. Toch dienen we ook dat niet te overroepen. Jongeren staan misschien wel onder een zwaardere druk, de jonge vrouwen uit dit onderzoek tonen aan dat zij niet gezwicht zijn. Zij hebben een gezonde dosis eigenwaarde en een aanzienlijk groep ontwikkelt op jonge leeftijd al een kritische blik op de omgeving.

 

Naast deze conclusies levert dit onderzoek ook heel wat pistes op die verder onderzocht dienen te worden. De mate waarin het mediagebruik van invloed is op ideeën over schoonheid en eigenwaarde en bijvoorbeeld het lijngedrag van vrouwen kan niet rechtstreeks uit dit onderzoek gehaald worden. De samenhang die in dit onderzoek gevonden werd tussen bijvoorbeeld eigenwaarde en mediagebruik (vrouwen met een lagere eigenwaarde lezen meer sensatiebladen) kan vanuit twee kanten bekeken worden. Kiezen vrouwen met een lage eigenwaarde bewust voor het lezen van tijdschriften als Dag Allemaal of TV-Story of krijgen vrouwen die deze tijdschriften lezen een lage eigenwaarde door het beeld dat hen via deze tijdschriften geleverd wordt. Bovendien mag de mogelijkheid dat er, gezien de context van de campagne die het schoonheidsideaal ter discussie stelt ook sociaal wenselijk geantwoord is, zeker niet uitgesloten worden.

 

 

 

 

   
[ZorraInfo2Ins.htm]

 

 



[1]  Niet altijd wordt exact de steekproefgrootte gehaald, omwille van ontbrekende waarden.

[2]  De BMI staat voor Body Mass Index (gewicht in kilo’s/lengte in meters²). De benoeming van BMI-categorieën is overeenkomstig vaak gehanteerde klinische criteria. Iets meer dan de helft van de ondervraagde vrouwen valt in de categorie ‘medisch gezond gewicht’, ruim een kwart heeft een te laag gewicht, 20% is volgens deze criteria te zwaar.

[3] Term afkomstig van Rudi Laermans die daarmee de proliferatie van superslanke, quasi anorexia-achtige modellen aankloeg.

[4]  Gevraagd werd naar het belang en de aantrekkelijkheid van de volgende lichaamsonderdelen: gezicht, algemene verschijning, haren, bewegen, huid, stem, borsten, geslachtsorganen, figuur, heupen, billen, buik, dijen.